Infotheek
6.3 Onkostenvergoeding
Mogelijkheden voor vergoedingen
Vrijwilligersorganisaties mogen zelf beslissen of zij een vrijwilligersvergoeding of een onkosten/ reiskostenvergoeding geven. Veel organisaties hanteren echter het principe dat vrijwilligers zelf geen kosten hoeven te maken om vrijwilligerswerk te kunnen doen. Vrijwilligersorganisaties kunnen deze kosten op twee manieren vergoeden, namelijk op basis van:
- werkelijk gemaakte en aangetoonde kosten
- een vast bedrag voor kosten die niet aangetoond hoeven te worden, de zogenaamde forfaitaire vergoeding (vrijwilligersvergoeding)
1. Werkelijk gemaakte en aangetoonde kosten
Als de organisatie besluit vrijwilligers een vergoeding te bieden op basis van werkelijk gemaakte en aangetoonde kosten dan geldt er geen limiet aan de vergoeding. Alle gemaakte en aangetoonde kosten die met het vrijwilligerswerk te maken hebben, kunnen worden vergoed. Over deze vergoeding is men geen belasting verschuldigd. Dit betekent echter wel dat alle kosten aantoonbaar moeten zijn door middel van bewijsstukken, bonnetjes en declaraties. Bij kosten kunt u denken aan reiskosten maar ook aan andere kosten zoals papier, inktpatronen en postzegels.
Let op! Als de vergoeding van de werkelijk gemaakte en aangetoonde kosten boven de maximum normbedragen uitkomen, dient u de vergoeding wel op te geven aan de belastingdienst. Deze vergoeding is echter alleen belast als niet kan worden aangetoond dat de vrijwilliger dit bedrag voor het vrijwilligerswerk heeft uitgegeven.
2. Vast bedrag
Om de administratieve lasten te beperken en rompslomp met bijvoorbeeld bonnetjes te voorkomen, kunnen organisaties er ook voor kiezen om vrijwilligers een vast bedrag te geven als tegemoetkoming in de kosten. Voor deze vorm van vergoeding heeft de Belastingdienst een maximum vastgesteld van € 150,- per maand tot € 1500,- per jaar. Met deze vaste vrijwilligersvergoeding hoeven vrijwilligers niet te bewijzen dat er kosten zijn gemaakt. Daarbij gelden de volgende aanvullende regels:
Voor vrijwilligers van 23 jaar en ouder is de vergoeding per uur maximaal € 4,50 (met een maximum van €150,- per maand en € 1500,- per jaar)
Voor vrijwilligers onder de 23 jaar is de vergoeding per uur maximaal € 2,50 (met een maximum van €150,- per maand en € 1500,- per jaar).
Als uw vrijwilligers de maximale normbedragen niet overschrijden, hoeft u de vergoedingen niet aan de belastingdienst door te geven en hoeft u geen loonheffing in te houden en af te dragen. Ook hoeft u geen urenadministratie bij te houden.
Let op! Deze maximumbedragen gelden voor het totaal van de vergoedingen, dus ook bijvoorbeeld voor reiskostenvergoeding of verstrekte sportkleding.
Reiskostenvergoeding
Voor de reiskostenvergoeding geldt dat zowel de kosten voor het openbaar vervoer als de kosten voor het gebruik van eigen auto kunnen worden vergoed. Als de vrijwilliger met het openbaar vervoer reist, is de onderbouwing redelijk eenvoudig. De kaartjes voor trein, bus, tram en taxi gelden als legitieme onderbouwing. Bij gebruik van de eigen auto ligt dit wat complexer want vrijwilligers kunnen de werkelijke kosten van een auto per kilometer vergoedt krijgen. De belastingvrije kilometervergoeding zoals deze voor werknemers is vastgesteld (€ 0,18) is niet van toepassing op vrijwilligers. Ook bestaat er voor vrijwilligers geen grens voor een minimum aan kilometers waarvoor vergoeding mogelijk is.
Let op! Vrijwilligers kunnen geen aanspraak maken op een kilometervergoeding wanneer zij hun kilometers lopend of per fiets afleggen.
Bron: www.vrijwilligerswerk.nl
6.3 Download 'Onkostenvergoeding.doc' (29.5 KB)
[ Terug ]